Een tuin die bruist van het leven - dat is meer dan mooi om naar te kijken. Tuinen die insecten en vogels aantrekken zijn ook gezonder, veerkrachtiger en makkelijker in onderhoud. Het goede nieuws: je hoeft echt geen agrariër te zijn om het verschil te maken. Met een paar slimme keuzes lok je al snel meer leven naar buiten.
Begin bij de planten die je kiest
De meeste siertuinen zien er netjes uit maar zijn voor insecten eigenlijk een woestijn. Gevulde bloemen, zoals hortensia's met dichte bollen, produceren weinig of geen stuifmeel en zijn daardoor nutteloos voor bijen en vlinders. Kies in plaats daarvan voor open, enkelvoudige bloemen: lavendel, vlinderstruik, vingerhoedskruid, zonnehoed (echinacea) en echte geraniums zijn een schot in de roos in elke bijentuin.
Belangrijk is ook de bloeitijd. Als er in april niets bloeit en alles in juli tegelijk uitbarst, schiet je doel voorbij. Stap bewust op planten die vroeg (krokus, primula), midden (salie, oregano) en laat (aster, munt) bloeien. Zo houd je een doorlopend buffet open van maart tot november.
Veel biodiversiteitsvriendelijke planten passen ook goed bij een organische tuinstijl met vloeiende lijnen en wilde struiken - twee vliegen in één klap.
Water is onmisbaar, ook voor kleine beestjes
Een vogelbad klinkt misschien als iets voor oma's achtertuin, maar het is een van de effectiefste dingen die je kunt toevoegen. Vogels hebben dagelijks water nodig - niet alleen om te drinken, maar ook om hun veren schoon te houden. Een ondiepe schaal of een omgekeerde bloemenpotschotel op een stenen basis werkt prima. Let op dat het water maximaal vijf centimeter diep is, zodat kleine insecten er niet in verdrinken.
Een stapje verder is een kleine vijver of vijverbak. Zelfs een kuip of oude wasbak half ingegraven in de grond trekt amfibieën, waterinsecten en libellen aan. Wat waterplanten erbij en je hebt een compleet ecosysteem op een vierkante meter.
Laat iets rommelig staan - expres
Tuiniers die alles keurig opruimen nemen onbedoeld schuilplaatsen en overwinteringsplekken weg. Uitgebloeide stengels zijn prima nestholen voor solitaire bijen. Een hoekje dood hout trekt kevers en vleermuizen. Droog blad bij de heg is een ideale plek voor egels om te overwinteren.
Dit klinkt makkelijker dan het is voor wie gewend is alles bij te houden. Maar je hoeft geen halve tuin te verwilderen: één hoekje van 1 bij 1 meter met wat achtergelaten takken en dor gras doet al wonderen. Sommige tuiniers maken er bewust een insectenhoek van met een mooi tuinbord erbij - zo is het ook nog eens een gespreksstarter als er bezoek komt.
Nestkastjes en insectenhotels: werken ze echt?
Ja, mits je ze op de juiste manier plaatst. Een nestkastje voor koolmezen hang je op de noord- of oostkant van een muur of boom, op minstens anderhalve meter hoogte. Volle zon maakt het nest te warm en het broedsucces daalt. Een opening van 32 millimeter trekt koolmezen; 28 millimeter trekt pimpelmezen.
Kant-en-klare insectenhotels zien er mooi uit maar zijn lang niet altijd effectief. De gaatjes zijn te groot of te klein, het hout is bewerkt of het hotel staat op de verkeerde plek. Maak een effectief model zelf: neem een houten bak en vul die met bamboestengels van 5 tot 8 millimeter diameter (met gesloten achterkant), stengels van vlierbes en stukjes dood hout met boorgatjes. Hang het op een warme, zonnige plek op circa anderhalve meter hoogte.
Geen gif in een biodiversiteitstuin
Dit punt is niet onderhandelbaar. Pesticiden doden niet alleen de plaagdieren waarvoor je ze gebruikt, maar ook de bestuivers die je juist wilt behouden. Slakken bestrijd je met biologische nematoden (microscopisch kleine wormpjes die je mengt met water en over de tuin begiet) in plaats van blauwe korrels. Bladluis pak je aan met een zeepwateroplossing of je laat het gewoon staan: lieveheersbeestjes en goudhaantjes regelen het zelf als je ze de kans geeft.
Milieu Centraal geeft uitgebreide uitleg over hoe je een diervriendelijke tuin inricht zonder chemie.
Dit zet je morgen al op de to-do lijst
Biodiversiteit hoef je niet in één weekend te realiseren. Maar als je morgen één ding doet, laat het dan dit zijn: vervang één plant die weinig bestuivers trekt door een lavendelplant, zonnehoed of oregano. Zet een schotel water op een rustige plek. En laat één hoekje van je tuin gewoon met rust.
Kijk ook welke tuinartikelen je buitenruimte compleet maken dit seizoen - van vogelbaden tot compostbakken.
Na een paar weken merk je het al: meer vlinders die langs de lavendel scheren, een roodborst die in de struiken zoekt naar wormen, een hommel die rustig haar ronde doet. Dat is geen toeval. Dat ben jij.